In a manner of speaking

“Het is alsof er nooit iets gebeurd is!”, sprak mijn gynaecoloog, na het postnatale controlebezoekje. En zo voelde het ook. Gewicht weg, alles weer op zijn plaats, ik weer in een onaangename positie op zijn tafel maar dit keer met een slapend wichtje in de buggy naast me. “En zo braaf, ge kunt er mee buitenkomen!”. Tja, dat was dan weer een moedige uitspraak. Ik had immers het lief gesmeekt om mee te komen, want ze zou vast weer krijsen in de maxi cosi en dan zou ik daar liggen en haar niet kunnen oppakken en de dokter zou er ook gek van worden en… U kent het misschien wel, de lichte stress die een onvoorspelbare bleitbaby met zich meebrengt.

Ik ben al een pak meer getraind dan bij kind 1 en versleep 2 keer per dag een baby in maxi cosi en peuter van en naar school. Soms krijst de baby, soms laat de peuter zich hangen (of wil hij een slak zoeken, of een steentje in het water gooien, of is hij bang van een camionette, of…), maar moeder verpinkt nog amper. Ik draag de peuter naar bed met de baby in de draagdoek, zeul met wasmanden, maak eten terwijl ik tracht me niet te verongelukken over rondslingerende autootjes. Yes, I can! Geen wonder dat het extra gewicht deze keer na een maand al was weggesmolten, het jonge-moeder-jongleren is beter dan welk dieet ook.

Maar goed, de zoon is dus vertrokken voor paar jaartjes schoolcarrière. Na een paar dagen niet huilen kwamen een paar dagen groot verdriet en inmiddels lijkt er voor hem wat rust teruggekeerd te zijn. De hysterische buien blijven sinds het schoolgaan achterwege, hij bekijkt de baby niet meer als indringer en mij niet meer als ‘s lands grootste verraadster. Hij komt met zand en snot op zijn gezicht terug van school en moeder krijgt overal complimenten over dat baasje dat er zo teer uit ziet, maar daar rondloopt alsof hij nooit wat anders gedaan heeft. Gisteren kwam het eerste dramatische verhaal over Seppe die hem pijn had gedaan en Mauro ook en de ‘noek’ en ‘geweend’, waar ik na een kwartier al kop noch staart kon aan krijgen. Ik vermoed dat ze allen een beetje op mekaar hebben gemot, maar dat kan een foute interpretatie zijn.

 photo foto-9_zpsed6db951.jpg

De dochter dan, die vond het wel prettig om mij eens te te tonen hoe stom ik wel was met mijn sceptische ‘pfft, bestaan er wel nog baby’s zonder reflux tegenwoordig?’, door… zware reflux te hebben. Ik moest van de kinderarts eens noteren hoe vaak per dag ze hikte en herslikte, en kwam op een keer of 40. Ik moest er zowaar zelf even van slikken. We sleepten ons door een paar weken voeden – wenen – draagdoek – voeden – wenen – draagdoek… en het kind toonde zich het onrustigste babietje dat ik al had gezien, continu wroetelend en wriemelend en vechtend met haar eigen lijfje. Ze vond enkel slaap en rust dicht bij mij en weigerde pertinent om haar mooie cosleeper in gebruik te nemen. Inmiddels is ze dan toch een metertje opgeschoven, mijn nek en rug zijn daar dankbaar voor, mijn hart neemt alweer afscheid van een klein hoofdstukje. Ik moet bekennen dat ik heb ingehaald wat ik bij de zoon heb gemist, aan nabijheid met dat verse babygrut. Het is en blijft toch iets bijzonders en unieks, die band moeder – pasgeborene. Haar eerste prikjes toonden ook haar talent tot rasechte dramaqueen, met pathetisch huilen – stoppen – er terug aan denken en nog meer pathetisch huilen… Maar wreed schattig, dat is ze wel. Kijk maar.

 photo foto-1-1_zpsd37f5aa8.jpg

U zal het mij vast vergeven dat ik nog niet uitweid over de beterschap die lijkt aangebroken dankzij de nieuwe medicatie, babyvloek en al. Maar u mag samen met mij duimen dat het echt zo is natuurlijk.

Enfin, u leest het, ondanks alles bevalt het moederschap mij nog steeds zeer. Niet teleurgesteld of depressief geworden hier door de komst van nummer 2, voorlopig voelt het echt allemaal goed aan. Laat het een hoop wezen in deze voor jonge moeders turbulente tijden. (Nu ben ik wegens het verlopen van mijn tijdelijk contract ook wel werkloos en wil ik eigenlijk maar halftijds meer werken (LUI! AFHANKELIJK!), dus moet u misschien naar mij niet luisteren.)

Het was een bizar weekje. U weet dat of u weet dat niet, maar ondergetekende woont in Wetteren. En daar viel deze week heel wat te beleven! Nu wonen wij niet in de zogenaamde gevaarlijke perimeters, maar eerder in de suburbs van deze grootgemeente. U herinnert zich dat of u herinnert zich dat niet, maar het was ook vrij mooi weer vorige week. Zodoende zaten mijn 2 kleine kindjes en ik eigenlijk al 2 dagen grotendeels buiten, toen er zo helemaal geen gevaar was voor de volksgezondheid en we dachten dat er ‘gewoon’ een trein lag te branden. Nadien veranderde dat een klein beetje natuurlijk, met 3 dagen innerlijke paniek bij moeder tot gevolg. Een heel vreemd gevoel als uw basisveiligheid verdwijnt, ge u niet meer veilig voelt in en rondom uw eigen huis en zelfs niet in uw eigen lichaam (want wat is daar mee gebeurd?). Ik hoorde en zag 4 dagen continu sirenes, en al waren dat topdagen voor de zoon (kijk mama, tutatuta!), ik had er mijn misselijke buik van vol. En toen kwam bovendien nog de dag dat de perimeters en de zones helemààl verwaterden (haha!) door een pak regen, met paniek bij hulpdiensten en bevolking tot gevolg. Ik zeg het u, er zijn fijnere dingen dan met een huilende baby in de draagdoek een huilende peuter de trap op sleuren om een noodvalies te maken. Het bracht niet het mooiste in mij naar boven.

Intussen is de rust een beetje weder gekeerd. Er is veel over gezegd en gezeverd, want dat bleek weer helemaal eigen aan de Vlaming: waarlijks iedereen had er wel een interessante mening of analyse over te verkondigen. En dan nog op het moment dat de crisis nog helemaal niet was bedwongen, that is. Ik kan alleen maar vaststellen dat hier meer dan keihard gewerkt is om de mensen zo veilig mogelijk te houden, en dat volgens mij echt geen enkele stad of gemeente er in was geslaagd om iets van deze omvang vlekkeloos tot een goed einde te brengen. Overmacht en uitzonderlijke situatie enzo, weet u wel. Dat ge in het ene huis niet binnen mocht en op het terrasje ernaast een pint kon zitten drinken, dat was inderdaad een beetje raar. Maar geef nu toe, het is al even raar dat ge dat überhaupt zoudt willen doen, die pint daar drinken, op dat moment. Zo is het even raar dat ge 2 dagen later met uw hondje langs het wrak gaat wandelen of kruiden plant in uw tuin, en vervolgens de nog steeds even keihard werkende politie lastig valt met ‘is dat wel veilig??’. Het moet een beetje van 2 kanten komen denk ik zo. Enfin.

Wat ik ook een week deed, was leven zonder ook maar 1 spoortje koemelk. Of ik een echte bleitbaby heb geproduceerd laat ik in het midden, maar dat ze toch vaak huilt en vooral soms zeer onrustig is, is een feit. Dat ze reflux heeft is ook een feit, getuige daarvan de keer of 30 per dag dat ze met een zuur gezichtje herslikt, de ontelbare stroompjes kots die mij reeds overvloeiden en het complete gebrek aan slaapjes overdag, tenzij opgewekt door het honderdste toertje dat moeder rond de livingtafel loopt te schudden met de kleine dame in de draagdoek. Omdat de eerste refluxmedicatie niet bleek aan te slaan, viel dat dieet maar eens te proberen dacht ik zo. Het leverde niet veel op, ik ga dat straks dan maar ‘vieren’ met een flinke bol mozzarella op mijn pasta. Lieve zonder kaas, dat is namelijk toch maar gelijk een café zonder bier. Of zoiets.

Goed, over tot de orde van de week(menuut)!

Wel ja hoor, blijkbaar. En dat in tijden waarin ge om écht mee te zijn toch minstens van Dagen zonder vlees moet doen, en eigenlijk bij voorkeur gewoon vegetarisch of zelfs veganistisch door het leven poogt te gaan. Ik zal u wel eerlijk bekennen: ik worstel daarmee. Principieel heb ik eigenlijk geen probleem met de consumptie van een stukje beest. Als ik op National Geographic een leeuw een ander wezen zie verorberen, of ik zie mijn lievelingsdier in actie, dan is immers maar pijnlijk duidelijk dat levende wezens in sé niet lief zijn voor mekaar, als het aankomt op leven en overleven. Maar soit, dat is een discussie van geheel andere aard, ik heb het volste respect voor mensen die er wél principieel problemen mee hebben.

Waar ik dan wel mee worstel, is het feit dat de diertjesrestanten op mijn bord niet afkomstig zijn van gelukkige, vrije en vranke wilde beesten. Beesten die enkel de pech hadden voor consumptie van een ander wezen gesneuveld te zijn, maar verder best wel een genietbaar leven hebben gehad. Ik zou daar perfect mee kunnen leven. Maar het is niet zo, we kunnen dat moeilijk ontkennen… Vele mensen trekken daar conclusies uit en nemen het op zich om hun levensstijl daaraan aan te passen, en ik vind dat helemaal geweldig. Bewonderenswaardig op zijn minst. En ik vraag mij af waarom mij dat niet lukt. Ik ben zeer traditioneel opgevoed, met bijna dagelijks vlees, groenten en gekookte patatjes. Met gehakt, gebraad, koteletten, worsten en biefstukken. Met hesp op de boterham en balletjes in de soep. Ik vind mijn weekmenu’s al een pak gevarieerder, maar het geraakt niet uit mijn lijf. Ik eet graag vlees, en als ik vleesloos kook dan vind ik het zelden echt heel lekker, tot mijn grote spijt.

Maar dat is mijn persoonlijke verhaal en probleem, dat doet er eigenlijk niet zo toe. Los daarvan moet ik toegeven dat ik best wel gebukt ga onder de schuldinductie die heerst in de huidige maatschappij. Het kan aan mij liggen, maar ik krijg het gevoel dat ik – als burger/consument – erg veel verantwoordelijkheid moet nemen voor allerlei zaken waar ik (rechtstreeks) eigenlijk vrij weinig mee te maken heb. Ik moet van Dagen zonder vlees doen, omdat de dieren teveel afzien. Ik moet andere kledingwinkels  bezoeken, want arme zielige kindjes hebben mijn kleed aan mekaar gestikt. Ik moet bio kopen, want mijn fruit hangt vol pesticiden. Op TV passeert om de haverklap een clipje met ‘binnen 5 seconden sterft weer een vrouw tijdens de bevalling’, met ‘ik ben Sofieke, ik zit nu nog in de baarmoeder maar zal binnen 20 jaar kanker krijgen’, met ‘het klimaat om zeep’, met ‘aardbeving heeft duizenden levens verwoest, kijk maar eens goed naar de miserie’… EN VERDOMME GIJ DAAR THUIS IN UW LUIE ZETEL, DOE ER IETS AAN! Begrijp me niet verkeerd, ik wìl daar ook allemaal iets aan doen. Maar de veelheid overspoelt mij. Ik heb nooit gevraagd om vergif op mijn appeltjes, om gruwelijke praktijken in de vleesindustrie, om enge ziektes en natuurrampen. Ik wil helpen, bewust leven en mijn best doen, maar het is te veel hooi voor op mijn vorkje. Een ton of 10, zelfs. Ik vraag mij soms af of u daar allemaal geen last van heeft, u die in de bioplanet linzenspread gaat kopen, Ecover gebruikt en uw haar niet meer wast met shampoo. Er is blijkbaar werkelijk zòveel dat anders zou moeten, dan ik al op voorhand moedeloos word bij de gedachte dat ik mij daar allemaal terdege zou moeten over informeren en er naar zou moeten gaan handelen.

Ik leef mijn leven, probeer goed te zorgen voor mijn naasten, partner en kindjes. Probeer mijn werk – ook mensen helpen – naar behoren uit te voeren. Probeer mijn huishouden te organiseren, dagelijks eten op tafel te toveren en het bovenop alles ook nog een beetje leuk te houden. Ik probeer daarbij zelfs nog wat bewust te leven, door bijvoorbeeld toch ietwat milieuvriendelijk te zijn, wat bio te kopen hier en daar, mijn vleesinname te beperken (‘s middags niet meer bijvoorbeeld), af en toe de goede zaken een centje toe te steken… Maar eerlijk, als ik dan in een reportage zie dat de eitjes die mij verkocht worden als deze van kippetjes met een pak vrije uitloop, eigenlijk van kippetjes met amper vrije uitloop zijn, dan heb ik het wel gehad. Alsook wanneer die goeie doelen door de mangel worden gehaald, of blijkt dat ook biobeesten niet zo goed behandeld worden. Dan vind ik dat leugens en bedriegerij en vind ik het heel erg dat ik me daarvoor nog eens schuldig voel op de koop toe. Het is vast te simplistisch om te denken, maar eigenlijk vind ik stiekem dat het ook wel de job van iemand anders moet zijn, zorgen dat het beest dat ik eet geen vreselijk leven/dood heeft gehad. Zorgen dat er op grote schaal dingen voor het milieu in beweging worden gezet. Zorgen dat de dingen die ik koop een beetje verantwoord geproduceerd zijn. Als tonijn met uitsterven is bedreigd, dan wil ik geen honderd blikjes meer zien staan en kunnen kopen. Toch?

Enfin, het zijn maar wat gedachten van een simpel Vlaamsch meiske dat blijkbaar minder ruggengraat heeft dan velen onder jullie. Al die schuld en verantwoordelijkheid doen heus wel wat met mij, maar eigenlijk niets goeds of productiefs. Het is ongetwijfeld niet zo bedoeld, maar bij mij werkt het allemaal eerder verlammend. Keihard chapeau voor mensen die daar wel constructief mee aan de slag gaan. Maar ‘t is dus maar dat u het weet: niet boos zijn op mij, ik heb heus wel een geweten. Alleen weet ik niet altijd wat ik ermee moet aanvangen.

This post is password protected. To view it please enter your password below:


Op een onbewaakt moment, waarop ge op uw ochtendrit naar het werk half slaperig wat naar Stubru zit te luisteren. Een meisje (of zijn wij nu vrouwen?) dat – 2 dagen voor mij – binnenkort 30 wordt, vroeg wat liedjes aan. Waaronder onderstaande. Het liedje had al een bepaalde lading voor mij, al had ik er wegens te pijnlijk toen nooit écht veel aandacht aan besteed. Nu vernam ik dat de zanger het schreef voor zijn kindje op neonatologie, en het meisje op de radio vertelde dat haar eigen dochtertje die neonatologie niet overleefde. Krak, deed mijn hart. En ineens kreeg het nummer zo’n intense dimensie dat ik ineens achter het stuur zat te snotteren.

En dan kan ik niet rap genoeg terug bij dit (naar mijn bescheiden mening toch wel zeer schone) kindeke zijn, om 100 keer te denken ‘ja jongens, hebben wij chance gehad’.

Photobucket

Open wondes genezen, maar littekens jeuken toch wel vaak…

In het kader van eeen hippe trend die ik wel eens wil volgen, count your blessings

Het was eigenlijk al in de tijd van Tienermoeders dat ik dacht: ‘Verdorie, daar moet ik toch eens een stukje aan wijden’. En toen kwam Exotische Liefde, een tweedemacht van Tienermoeders. Mensen kijken, mensen reageren, mensen twitteren en vooral: mensen lachen. Ik kijk en ik denk: ‘Ik moet een stukje schrijven’. Niet dat ik zou peinzen dat ik belangrijk of invloedrijk ben (hahaha, met mijn 10 lezers!), maar soms overmant mij zo het gevoel dat ik eens heel eventjes ergens tegenin moet gaan, omdat het net wat te gortig wordt.

Onder de hashtag #exotischeliefde zal u al behoorlijk snel de teneur van de reacties kunnen opmerken. Ik wil geen exacte tweets citeren, maar een willekeurige greep uit het aanbod omhelst ondermeer: ‘achterlijke mensen, domme kloten, ezels, dwazen’, en ik bespaar u liever het ander moois. Om 1 of andere gekke reden ontneemt een dergelijke programma ons met plotse ingang respect, fatsoen, en staat het ons toe wild in het rond te gaan schelden. Men beoordeelt en veroordeelt de deelnemers als ware het een soort koebeesten, het leven temidden ons ‘deftige en normale’ mensen niet waardig. En bovendien: dat met ons belastingsgeld! Schandalig! De televisiemakers bereiken hiermee hun ultieme doel: veel respons, verontwaardiging, genotvol afgrijzen. De deelnemers worden slachtoffer van hun eigen naïviteit.

Mij bekruipt eigenlijk alleen maar een heel erg akelig, triest en toegegeven: beetje boos gevoel. Vind ik het slim dat den Johnny voor de honderste keer in de val van een Russische schone trapt? Neen. Vind ik het koosjer dat Marc het doet met een achttienjarige jongen? Neen. Vind ik Danny eigenlijk gewoon heel tragisch? Ja. Denk ik 1 keer: ‘achterlijke mens, gij moogt zomaar stemmen of wat, debiel ‘? Eerlijk en oprecht: neen.

(En om u voor te zijn: kijk ik naar dit soort onzin? Ja. Mijn oneindige fascinatie voor de mens zal er vast wel iets mee te maken hebben, net zoals mijn liefde voor onzin op TV die mijn hoofd leegmaakt. Al doet Exotische Liefde dit duidelijk eigenlijk niet. Ik zal me verder weer toeleggen op Jersey Shore.)

Ik vermoed dat de meeste mensen enerzijds deelnemers van dergelijke programma’s als een soort microdeeltje van de samenleving zien. Eentje dat ergens in een uithoekje van uw stad woont, en waar u liefst persoonlijk niet teveel mee te maken heeft. Eentje waar u eens kan mee lachen en een beetje verontwaardigd kan om zijn, maar bij voorkeur geen praatje mee moet slaan bij de bakker. Anderzijds krijg ik vaak het gevoel dat wij gewoon beter slapen, als we ons massaal op een avond hoongelach en afgrijzen hebben getrakteerd. Lekker saampjes op onze intelligente Twitter, lachen om Johnny zijn gegoochel. Leuk toch? Onze oogjes vallen wellicht iets vlotter dicht bij het idee dat wij het toch eigenlijk écht wel geweldig goed doen in ons leven, in vergelijking met die domme marginalen. (Pardon my French.)

Nu weet ik niet wat uw voorstel is om met deze mensen om te gaan, maar ik kan u alvast de illusie ontnemen dat het een microdeeltje van de samenleving betreft, gehuisd in een krotwoning in een vieze hoek van uw stad. Zij zijn een deel van onze maatschappij, een aanzienlijk deel zelfs, en zijn net als u en ik mensen met een bepaalde achtergrond, rugzak, zwakke punten en jawel: ook capaciteiten. Aangezien we helaas niet meer in de Middeleeuwen leven (dacht ik), vrees ik dat de opties ‘hen in een vergeetput gooien’, ‘martelen tot de dood’ of desnoods ‘verbannen’ een beetje uitgesloten zijn. Aanvaarden dat iedereen er is, iedereen bovendien anders is, respect daarvoor hebben en er constructief iets mee gaan doen, lijkt mij persoonlijk een betere piste. Ik schreef het hier ooit al eens: de realiteit is zo divers, ze is verre van optimaal of ideaal, dus we kunnen er maar beter mee leren omgaan. Tenzij u wel voorstander bent van voorgenoemde barbaarse opties, in dat geval leest u misschien beter mijn stukjes niet. Het zal ons beiden wat frustratie besparen.

Dat gezegd zijnde op een vrijdagavond, nu moet u mij excuseren. Ik ga wat naar Astrid Bryan kijken.

U heeft werkelijk geen idee hoe lang ik al op deze post aan het broeden ben. Maar het ging maar niet, het kwam maar niet, mijn baby weende, ik moest koken en kuisen, en daarna had ik geen tijd. Gelijk het een echte moeder betaamt, u kent dat wel. Hoop ik, daar gaat dit postje eigenlijk over.

De titel is haar vondst, we moeten daar eerlijk over zijn. Ze schreef er bovendien onder andere al eens dit postje over. En ik kon mij daar geweldig in vinden. Kijk, ik was op vele dingen voorbereid, als aanstaande moeder. Op huilbaby’s, op rollercoasters van emoties, op helse pijnen… In deze tijden kunt ge eigenlijk nog amper onvoorbereid aan iets beginnen. Er is het interweb, Facebook, Twitter, er zijn blogs en fora. En ik ben natuurlijk niet verplicht mij daarop allemaal te begeven, maar ik doe dat, want ik vind het leerrijk en vooral gewoon leuk. Maar niets heeft alleen maar positieve kanten.

De lat wordt onmetelijk hoog gelegd, voor moeders en vooral onder moeders. Alles moet vergeleken worden en in alles moeten we de beste zijn. Ieders bevalling was natuurlijk DE allerpijnlijkste (aja) en ge zijt toch net iets meer een heldin als ge dat allemaal doorstaat zonder pijnstilling. Ook de kraamtijd  is geen heuse kraamtijd als daar geen reflux, allergie of bijna-postnatale depressie aan te pas komt. Er worden mooie huizen gekocht en gebouwd, er wordt getrouwd, iedereen lijkt het zo goed voor mekaar te hebben. We moeten dan ook zelf nog een beetje hip zijn, veel leuke dingen doen en daar over berichten, onze relatie spannend houden en een boeiend sociaal leven onderhouden.

Eerlijk: mij beviel die kraamtijd wel. Ik vond het niet zo lastig: ik had tijd, baby dronk of sliep, of huilde eens. Ik kon dat precies best wel aan, geen hormonale uitspattingen of huilbuien alhier. Ofwel heb ik ze al verdrongen, dat kan ook. Er waren ook geen hoge verwachtingen, het was compleet acceptabel om heel de dag in trainingsbroek rond te lopen. Maar. Aangezien ik helemaal pro eerlijk bloggen en interwebben ben, een kleine toegeving van mijnentwege. Ik vind het nu lastiger dan ooit. Het kind kan nog niet kruipen, maar zou dat heel graag willen. Hij huilt de laatste tijd veel, een ritme zoeken is en blijft dagelijks lastig. Pas op, het is een bijzonder wijs ventje, maar een beetje high maintenance is hij wel, het is niet anders. Vermoedelijk heeft hij een oorontsteking, waardoor onze eerste reis met baby een redelijke bleitsoep werd en ik nog vermoeider ben na mijn verlof dan voorheen. Een verlof dat een wanhoopspoging was om even op adem te komen na een intensieve tijd met vele veranderingen zoals een nieuwe job voor ons beiden, een overlijden, een bewogen start in de crèche. De hond kotst al 3 dagen het huis onder, ik krijg de was niet onder controle en worstel met een plotse drang om altijd een proper huis te hebben, wat onmogelijk is. Ik heb continu het gevoel van ‘zwemmen of verzuipen’, maar voel me vaker verzuipen dan zwemmen. En rond me heen hoor ik bijna alleen maar verhalen over makkelijke perfecte baby’s, die flink eten en slapen en altijd vlot te entertainen zijn. En dan vraag ik me best vaak af wat ik dan verkeerd doe… En dat vraag ik me bovendien af in een huis dat we gewoon huren, met nog steeds wat kots op mijn niet zelf gemaakte kleren, met een stapel strijk in de wasplaats, zonder veel leuke plannen in mijn agenda. Ik krijg het niet gebolwerkt of bolgewerkt, u mag kiezen.

Et voila, een stukje vol brute eerlijkheid, omdat ik er van overtuigd ben dat er wat tegenstroming nodig is. Ik geef  daarom bij deze toe: ik heb Last van de grote Moederschapswedstrijd. Ik kan momenteel echt niet volgen, en daar was ik niét op voorbereid. Zucht.

This post is password protected. To view it please enter your password below:


Een zinnetje in mijn vorige post inspireerde me tot een nieuw stukje. Namelijk dat van de groentenpap en de richtlijnen van Kind & Gezin, die naast zeer correct, duidelijk en goed bedoeld zijn, ook vreselijk veel angst induceren. En mede postnatale depressies veroorzaken. Mijn gedacht natuurlijk hé, mijn gedacht. (*)

Nu moet u weten, ik ben geen flipkous. Ik hou nogal van relativeren, rustig blijven, met de voetjes op de grond staan en meer van dat moois. Ik vroeg me dan ook af of dat zou veranderen door het moederschap, want om mij heen zag ik vele lotgenoten worstelen met die kwestie.

Het begint vaak al bij de zwangerschap. Akkoord, er bestaat nogal wat onduidelijkheid over wat mag en niet mag, indien u niet immuun bent voor toxoplasmose bijvoorbeeld. Maar na wat rondkijken en -vragen was ik daar al snel uit en vond ik daar mijn weg in. Ik heb menig oogrollen verspild aan andere zwangeren die op fora ‘Help!!!!! Ik heb kruidenkaas gegeten!!!!” kwamen delen met de rest van de zwangere mensheid. Grappig en een beetje vreemd was echter dat daar reeds een kanteling aan het optreden was. Waar ik dacht: ‘Kom jong, doe maar gewoon’, dachten anderen dat klaarblijkelijk ook over mij. Wanneer ik op een BBQ de sla (recht uit den hof, waar de jonge poes de dag voordien voor mijn ogen haar behoefte deed tussen jawel, de sla) toch maar afsloeg, werd ik als aansteller bekeken. Wanneer ik de taart met crème au beurre (rauwe eitjes) aan mij voorbij liet gaan, kreeg ik een oogrol toegeworpen en werd de taart me toch voorgeschoteld. ‘Gewoon opeten jong, gij flauwe zwangere!’, dacht mijn gastvrouw, en ik die heel de tijd dacht dat ìk net de nuchterheid zelve was, voelde mij een beetje onbegrepen.

Nu moet u weten, eenmaal u kindertjes heeft, dan is er geen ontkomen meer aan. Kleertjes mogen niet zomaar gewassen worden, dat moet met een bepaald middel. Nieuwe kleren of speeltjes moeten trouwens ook gewassen worden, want je weet maar nooit waar die vandaan komen. Feitelijk, gebruik daarvoor ook maar ineens de Dettol. Baby moet elke dag in bad. In dat bad moet speciale olie, antihypohyperallergeenzonderparabenenenandereviezedingens. Zeep mag niet, allez wel op bepaalde lichaamsdeeltjes, op voorwaarde dat het wreed speciale zeep is. Het water mag niet te koud zijn, maar ook niet te warm. De kamer mag niet te koud zijn, maar ook niet te warm. En proper genoeg. Netjes. Hygiënisch. Baby moet continu worden gewogen. En gemeten. En hij moet altijd genoeg bijkomen. Maar ook niet teveel. Dat komt allemaal op curves en afwijkingen daarvan zijn abnormaal. En uw schuld, als moeder. Want gij hebt zeker niet flink gerust, niet goed gegeten, waardoor uw melk niet voedzaam genoeg is. Tsss!

Ook dikke pret is het slaaphoofdstuk. Het kind mag zeker NIET op zijn buik slapen. Maar ook niet op zijn zij. Niet in het ouderlijke bed: daar stikt hij van. Een dekentje: dat mag niet, daar stikt hij van. Een beertje in bed, dat mag ook niet. Want baby propt dat in de mond, en dan stikt hij weer. Pas op: een beertje moet wél mee opdat baby de slaap zou kunnen vatten. Wat impliceert dat ge – eens de baby slaapt – op uw kousevoeten de kamer moet insluipen om het beertje weer uit zijn bed te plukken. (Echt waar, u lacht, maar het staat zo in het boekje). Een slaapzakje, dat moet dan weer. Maar niet te groot, want dan zakt baby naar beneden. En stikt hij. De kamer mag niet te warm zijn, want dan krijg je wiegedood. Een bumpertje rond het bed mag niet, want dan krijgt hij niet genoeg lucht. Een gewoon matrasje is ook al tricky, beter zo’n duur met gaatjes in. Of zo eentje met sensoren, dat piept bij verstikking.

En toen begon ik met vaste voeding. Ik kreeg 2 dikke boeken mee van K&G, gewoon om een prakje te bereiden. Ik leerde inmiddels dat er al zeker 3 soorten Betterfood bestaan en dat het nog niet al gelijk is welke je de uk geeft. Eerst eentje zonder gluten voor de pap, dan eentje met gluten voor de pap, dan eentje voor in de hand… Groentenpap, dat blijkt ook nog geen sinecure. Ik kwam tot de spijtige conclusie dat ik faal op alle gebied. Mijn groenten liggen véél te lang in mijn frigo, ik bereid ze niet correct, kortom: ik ga mijn kind met zekerheid vergiftigen. Net nu hij nog steeds niet gestikt was. Bummer!

Maar het sluipt dus stilaan mijn leven binnen. Toen mijn moeder zei: ‘Begin eens met een lange vinger, dat kregen jullie ook!’, dacht ik ‘Eij, zot? Met al die suiker? Een glutenvrije Betterfood, tot daar toe!’ Toen ik ergens las dat een babietje soep mocht proeven en puree, dacht ik ‘Unk? Wat? Maar daar zit peper en zout in en al, dat mag niet gij!’. Ik stofzuig plots 2-3x per week en wil dat het hier altijd aanvaardbaar proper ligt. Gelukkig hebben wij huisdieren, weiger ik steevast ooit Dettol in huis te halen en heb ik eigenlijk ook totaal geen poetstalent, waardoor we nog verre weg zijn van een steriele thuisomgeving.

Maar kijk, ik kan u zeggen: ik ga in protest. Ik wil het niet. Ik zal geen flipkous worden, nooit ofte nimmer, alle pogingen van de maatschappij ten spijt. En nu ben ik alweer geïnspireerd tot een nieuw stukje, maar ik ga eerst even mijn baby te slapen leggen met zijn te grote slaapzak aan, in zijn bed-met-bumpertje-en-zonder-speciale matras. Onverantwoord, ik weet het, maar gelukkig hebben we een babyfoon met camera, dat dan weer wel. Kuch.

(*) Met veel respect voor K&G, wat ik ondanks alles écht een goede en noodzakelijke dienst vind. Maar waar misschien hier en daar wat aan gesleuteld zou moeten worden. Mijn gedacht hé.

Allez hup, het is feitelijk eens een blogpostje waard. Want het maalt in mijn hoofd en dan wil dat al wel eens helpen. Weet u nog, dat ik mij hier afvroeg hoe dat werkt, een kindje structuur aanleren? Wat ik vooral onthield uit jullie reacties was dat hij daar nog wat jong voor was en dat ge geen problemen moet scheppen daar waar er gene zijn. Ik hield dat goed vol tot een maand of wat geleden. Baby kon toen duidelijk niet meer slapen in het park in de woonkamer en werd daar nogal lastig van. Tante Tweet mailde mij daarop haar systeem: vermoeide baby in zijn bedje leggen. ‘Dat lukt niet gij!’, dacht ik, want ik had dat natuurlijk al geprobeerd. Maar blijkbaar was de baby er ineens wel klaar voor, want het lukte wél. Een heel aantal weken liep dat hier dan ook behoorlijk goed. Kind moe -> kind wrijft in oogjes -> kind het beddeken in -> kind slaapt. Met wat gezeur af en toe, maar dat was zo erg niet. Ik ben niet zo week dat mijn hart breekt bij elk huiltje of pruiltje.

Tot vorige week. Kind besloot dat hele ‘in het beddeken’-gedoe niet meer zo fijn te vinden en zette het op een krijsen. Krijsen dat hij nu ook ‘s nachts ten berde brengt. Niet zeuren, niet wat wenen, maar krijsen. En het duurt langer dan 5 of 10 minuten, het houdt eigenlijk niet op tot hij getroost wordt. De draagzak brengt overdag soelaas en ‘s nachts belandt hij al eens in ons bed. (MAN! DOODZONDE!)

Wat mij door deze niet zo leutige kwestie opvalt, is dat iedereen de raad geeft dat ge moet doorbijten. Niet toegeven! Laten huilen! En het wringt in mijn gedachten. Neen, niet in mijn moederhart zoals ge allen denkt (tsss, Lieve het mietje), maar écht in mijn gedachten. Een paar bedenkingen…

1. Hij deed dat dus echt goed, die dutjes. En ineens niet meer. Volgens mij toont dat aan dat hij het moeilijk heeft. Met wat, daar heb ik het raden naar. Een paar externe mogelijkheden: het arme schaap heeft al 2 tanden. Ik ben vaste voeding aan het introduceren. Ik heb hem meegetroond naar een veel te druk eetfestijn waar hij helegans over zijn toeren gegaan is. Hij moet 2x per week naar de kinesist. Hij begint wat vreemd te worden. Hij heeft een sprongetje (moehaha, allen in koor).

2. Bon, waar het aan ligt, ik laat dat dus in het midden. Dat hij het moeilijk heeft, dat kunnen we objectief wel vaststellen. (Er worden decibels geproduceerd.) Ik vind het soms een beetje raar (please don’t shoot me) dat daar massaal op gereageerd wordt met ‘ge moet dat negeren jong!’.

Kan een baby van nog geen 6 maanden zich wel al ‘aanstellen’? En wat is dat dan, dat ‘aanstellen’… Toch een interpretatie van ons? Hij vraagt aandacht, ja. Omdat hij dat om 1 of andere reden nodig heeft. Waarom interpreteren wij dat zo negatief? (Aandacht vragen? -> eik, dat mag niet! -> zo snel mogelijk elimineren dat gedrag, gelijk waar het aan ligt!). Ga ik hem miskweken omdat ik hem troost als hij het moeilijk heeft?

(Vreemd is trouwens dat hij soms nog eens zonder een krimp te geven in slaap valt, wat volgens mij een teken is dat het (nu) geen aanstellerij is. Anders zou hij altijd huilen vanaf het moment dat hij het bed in zijn vizier krijgt.)

Voor alle duidelijkheid: ik heb het niet over een kleuter die zich op de grond werpt omdat hij geen snoepje mag. Een kleuter zit cognitief natuurlijk al een PAK verder en kan zich wél aanstellen. Ik heb het over een babietje dat (tijdelijk, mag ik hopen) huilt omdat er iets scheelt. Het zal wel aan mij liggen, maar ik heb precies nog geen goesting om daar supernanny-tactieken op te gaan uitproberen.

U mag dat weten, ik heb het zelfs eens geprobeerd. ‘Als iedereen dat zegt, dan moet ik dat maar doen’, dacht ik. Want ik mag dan een nuchtere tante zijn, ik ben natuurlijk ook onzeker. Baby krijste een half uur aan een stuk en was volledig overstuur. Ik had dan weer goesting om met mijn hoofd heel hard tegen de muur te bonzen. Als het de juiste techniek zou zijn, dan moet ik hem duidelijk nog bijschaven.

Wat doet ze dan feitelijk wél, hoor ik u denken? Als baby moe is, dan gaat zijn slaapzakje aan en gaat hij zijn beddeken in. Ik laat hem wel wat huilen, maar als ik hoor dat het niet gaat lukken dan neem ik hem er weer uit, ja. (MAN! WEER DOODZONDE!). Ik maak daar geen feestje van maar doe dat in alle rust. Wordt hij later weer moe, dan volgt hetzelfde ritueel en gaan wij weer naar boven. (Ge moet toch iets doen om uw postnatale kilo’s kwijt te raken, nietwaar). Ik ben liever op die manier consequent, dan op de manier van het laten huilen tot hij in slaap valt.

Ach kijk, het is interessante materie waar iedereen wel zijn of haar gedacht over heeft. Ik kan ook gewoon wreed mis zijn. Misschien moet ik later net als zij het kind met goudvissen omkopen om weer in zijn eigen bed te gaan liggen. Ik laat het u zeker weten.